14. Praktijkopdracht – Mijn werkhouding observeren
| Doel van de opdracht Je onderzoekt gedurende vijf werkdagen je eigen professionele werkhouding. |
Stap 1 – Kies drie aandachtspunten
- afspraken nakomen
- werk controleren
- procedures volgen
- deadlines bewaken
- taken registreren
- fouten melden
- documenten goed opslaan
- werk volledig afronden
- feedback gebruiken
- openstaande taken opvolgen
Stap 2 – Observeer jezelf
| Dag | Taak of situatie | Wat deed ik professioneel? | Wat kon beter? | Wat doe ik de volgende keer? |
| Maandag | ||||
| Dinsdag | ||||
| Woensdag | ||||
| Donderdag | ||||
| Vrijdag |
Stap 3 – Trek een conclusie
Welk professioneel gedrag liet ik vaak zien?
Welke fout of valkuil kwam vaker terug?
In welke situatie ging het goed?
In welke situatie ging het minder goed?
Welke gewoonte wil ik de komende week oefenen?
