9. Van opdracht naar resultaat
Een betrouwbare medewerker doorloopt een taak stap voor stap. Gebruik hiervoor de RESULTAAT-route.
De RESULTAAT-route
| Letter | Stap | Vraag of actie |
| R | Richting bepalen | Wat is de opdracht en welk resultaat wordt verwacht? |
| E | Eisen controleren | Welke procedure, kwaliteit, deadline en bevoegdheid gelden? |
| S | Stappen plannen | Welke acties zijn nodig en in welke volgorde? |
| U | Uitvoeren | Voer de taak zorgvuldig uit. |
| L | Laten controleren | Controleer zelf en vraag waar nodig een tweede controle. |
| T | Terugkoppelen | Meld de voortgang, het resultaat of een probleem. |
| A | Acties registreren | Leg vast wat is gedaan en wat nog openstaat. |
| A | Afronding controleren | Is het resultaat bereikt en is de taak echt klaar? |
| T | Terugkijken | Wat ging goed en wat kan een volgende keer beter? |
Voorbeeld – Een overzicht aanleveren
1. Richting: het overzicht moet worden gebruikt in de maandrapportage.
2. Eisen: gecontroleerde cijfers, uiterlijk donderdag 12.00 uur.
3. Stappen: gegevens verzamelen, vergelijken, afwijkingen uitzoeken en overzicht maken.
4. Uitvoeren: de gegevens verwerken.
5. Laten controleren: totalen en perioden opnieuw controleren.
6. Terugkoppelen: melden dat het overzicht klaar is of dat gegevens ontbreken.
7. Acties registreren: document opslaan en openstaande vragen noteren.
8. Afronding: controleren of de ontvanger het overzicht kan openen en gebruiken.
9. Terugkijken: vaststellen welke voorbereiding volgende maand tijd bespaart.
